ANGST
We leefden en werkten 18 jaar tussen onze Woonwagenbewoners. Correcter tussen de Voyageurs, Manoesjen en Roms.
We zagen ze reageren op onze burger-samenleving. We vroegen ons af : waarom doen ze zo? Telkens opnieuw. Wat is de grondtoon van hun houding?
In vroegere jaarverslagen schreven we uitvoerig over hun cultuur. Bevindingen van antropologen naast onze ervaringen gelegd. Die kun je nalezen op onze www.vzwalert.be.
Angst is de rode draad in hun houding tegenover onze samenleving.
Telkens opnieuw wordt die angst gevoed.
De angst tegenover de vooroordelen. De machteloosheid om aan te tonen dat die niet juist zijn. De reacties uit onze samenleving bevestigen telkens opnieuw dat men denkt en handelt vanuit die vooroordelen. “Het zijn dieven, criminelen, milieuvervuilers, hygiënisch onverantwoordelijk; messenvechters, profiteurs”
Telkens opnieuw wordt dit bevestigd. Tegenover ‘hun buitenwereld’ zijn ze machteloos. En moedeloos.
Uit hun ervaring kan ik putten.
Misschien klinkt het pietluttig en overtrokken.
Maar het blijft hun oordeel voeden: in deze maatschappij is geen echte plaats voor ons. We zijn bang dat vroeg of laat de vervolging toeslaat. Dat men ons registreert en dat buitenlandse voorbeelden terug op ons zullen afkomen. De herinnering aan het naziregime is niet uit het collectieve geheugen verdwenen.
Misschien is ieder voorbeeld op zichzelf niet zo erg. Maar het versterkt hun ideeën over onze samenleving
wonen
De overheid aanvaardt het bestaan van een rondtrekkende bevolking. Maar concreet zijn de uitvoeringsbesluiten nooit gemaakt. Laksheid of moedwilligheid ?
- de overheid subsidieert de gemeenten die een ‘doortrekkersterrein’ willen aanleggen. De subsidies bedragen 90% van alle onkosten zoals onteigening van grond, aanleggen van de infrastructuur. Daarenboven voorziet de provinciale overheid nog in een substantiële subsidie. Daar kan de rondtrekkende gedurende een bepaalde periode legaal verblijven.
Er bestaan in het gewest Vlaanderen twee terreinen. Waar alleen caravans welkom zijn. Het in- en uitrijden van zwerfauto’s kan alleen maar op bepaalde dagen en bijvoorbeeld niet in het weekend.
Dit is ruim onvoldoende en belet het rondtrekken en overnachten op een wettelijke wijze.
- verblijven op een camping is verboden voor nomaden (cfr. kampeerwetgeving). Waar moeten ze dan staan. De meeste parkeerplaatsen zijn voorbehouden voor kleine auto’s. Vaak staan er hoogtebegrenzers.
- politie houdt onze mensen voor dat ze niet mogen overnachten in hun zwerfauto. Nochtans is dit strijdig met de wet. Je mag weliswaar niet kamperen, maar slapen in een auto moet soms. Ziekte, dronkenschap, vrachtwagenbestuurders zijn soms verplicht. Toch worden onze mensen weggejaagd onder dit voorwendsel. Keer op keer.
- Keer op keer klopt de politie aan en moet men onmiddellijk vertrekken. Nochtans zijn er ook hier voorschriften. Maar die worden bijna altijd genegeerd. Niemand van onze doelgroep durft protesteren. Het weggejaagd worden is een constante in hun leven. Er wordt door de politie gegoocheld met allerlei verordeningen. Maar als je de politie vraagt een pv op te maken, dan wordt dit geweigerd. Soms heb ik als verantwoordelijke van de groep gesmeekt een dergelijk pv op te maken met daarin de vermelding van de wetsovertreding. Dan dreigt men met wegslepen maar op papier geraakt niets.
- In Frankrijk en Engeland moeten de gemeenten boven de 5 000 inwoners zorgen voor de aanleg van doortrekkersterreinen. Indien deze ontbreken mogen de nomaden wel op de campings. Als deze ontbreken mogen ze gewoon op de parkeerplaatsen staan en overnachten.
- Samengevat: je mag hier rondtrekken maar bijna nergens blijven staan. Vooral voor de caravanbewoners is dit uiterst moeilijk.
wettelijk adres
Voor de rondtrekkende is voorzien in de scheiding van een vast adres en elders verblijven.
Die mogelijkheid noemt men het referentieadres: je hebt een officieel adres maar je moet er niet verblijven.
De motivatie van die wet is : de mogelijkheid scheppen opdat de rondtrekkende kan genieten van zijn sociale rechten.
Maar de gemeenten doen moeilijk als iemand een referentieadres wil bekomen. Je moet bewijzen dat je in een mobiele woning verblijft. Maar de omschrijving van een mobiele woning is blijkbaar variabel. De Vlaamse woooncode beschrijft weliswaar wat een mobiele woning is maar niet iedere gemeente houdt zich daaraan.
Soms lijkt de vraagstelling van de gemeente op gewoonweg pesterij. Bewijs dat je rondtrekkende bent. Als je van een vervangingsinkomen leeft, ben je geen rondtrekkende, wordt soms gezegd.
Als je de mobiele woning op private grond zet, dreigt men met reglementen van stedenbouw, die dit in bepaalde omstandigheden verbiedt.
Vanuit het grondwettelijk recht op wonen is het toegestaan te wonen in een mobiele woning.
Maar door het ontbreken van uitvoeringsbesluiten, mag men die mobiele woning nergens neerzetten. Dit lijkt op wettelijke pesterij.
Verjaagd worden
Enkele ervaringen binnen onze katholieke kerk.
- In Lourdes werd een bedevaart aangevraagd voor onze Voyageurs. We moesten van de rector voorafgaandelijk toelating hebben van de burgemeester van Lourdes om daar de mis te kunnen doen en de grote kruisweg Nochtans bij de aanvraag werd gemeld dat we niet vrij zouden kamperen maar gewoon op betalende campings zouden staan. Deze toelating werd en door de burgemeester en door de rector geweigerd.
Toen ik dan als pastoor dezelfde aanvraag deed zogezegd voor mijn parochianen mocht ineens alles wel.
Een heel pijnlijke ervaring
- In Kevelaer hadden we tijdig de aanvraag gedaan in de gemeente om te mogen verblijven nabij het station. Toegelaten. Tezelfdertijd hadden we gevraagd om in de biechtkapel een mis te mogen doen voor onze Voyageurs. Opgetekend en aanvaard. Tot we de mis begonnen werden we letterlijk buitengezet. Onze orgeldraaier, de priesters, en de Voyageurs. Nochtans stonden we genoteerd in het boek in de sacristie.
Toen zeiden de Voyageurs : ‘Nu weet je wat het is altijd verjaagd te worden’ We hebben dan maar op de parking tussen de wagens een mis gehouden in een sfeer van diepe verbondenheid.
- In Banneux hebben we meerdere keren een bedevaart aangevraagd en een plaats op de meer dan ruime parkings. We wilden (en we doen het ook) ons houden aan alle voorwaarden tot netheid, lawaaioverlast enz. Geweigerd keer op keer. La Vierge des pauvres is blijkbaar niet direct voor rondtrekkenden. De gemeente refereerde naar de periode begin juli waar een grote franse bedevaart plaats vindt. Ver van de parkings. Met het antwoord : les parkings sont réservés pour les pélérins. Alsof onze mensen geen bedevaarders zijn. Met altijd dezelfde vooroordelen : overlast, diefstallen, de winkeliers zijn bang.
Enkele dagdagelijkse ervaringen:
- we schuiven aan in een grootwarenhuis om te betalen, samen met enkele Voyageurs We mochten niet betalen met onze betaalkaart. Alleen cash mocht. De andere klanten mochten dit wel.
- We schuiven met enkele Voyageurs aan in een benzinestation om te betalen met onze visakaart. Hetzelfde verhaal : alleen cash. Toen we de weg naar het betaalhokje blokkeerden en weigerden cash te betalen, werd de directie er bij gehaald. Toen deze ook weigerden en ons aanmaanden plaats te maken, belden we Visa op en vroegen of onze betaalkaart ingetrokken was of zo. Slechts dan mochten we betalen.
Maar in andere omstandigheden – als we alleen waren – hebben we daaromtrent nooit moeilijkheden gehad. Alleen omdat we samen waren met Voyageurs botsten we op dit wantrouwen. Het zullen wel nagemaakte kaarten zijn !
- we kunnen in het lang en breed vertellen hoe we op zoek gaan naar plaatsen waar we kunnen verblijven. Om op die plaatsen een bedevaart te organiseren. In binnen- en buitenland. Zodra we zeggen: we zijn aalmoezeniers van de Voyageurs, krijgen we geen enkele kans om te reserveren op campings, om een plaats rond een abdij of in de gemeente te krijgen. De zoektocht naar plaatsen waar je met 30 à 75 wagens kunt staan, is jaarlijks een pijnlijke, vermoeiende zoektocht. Is een voortdurend botsen met vooroordelen en minachting.
Al deze anekdotes kunnen we illustreren met datums, getuigenissen en concrete namen.
Maar het zijn meer dan anekdotes. Het zijn illustraties van een diepgaande mentaliteit over onze mensen. Dit raakt hun ziel.
Nog een belangrijke aanvulling:
Vele tussenkomsten van de overheid, gemeentelijke, politie zijn juridisch aanvechtbaar.
Dan moeten wij telkens opnieuw beroep doen op een persoonlijke advocaat. Dikwijls met succes.
Maar daar zit ook het pijnpunt: geen enkele officiële instantie, met name het VMC, de provinciaal georganiseerde integratiecentra bieden op dit vlak hulp. Noch op gebied van advies, noch met juridische ondersteuning. Het zijn nochtans die instellingen die van overheidswege gesubsidieerd worden om ook voor onze doelgroepen op te komen.
Het is erg dat vrijwilligers persoonlijk financieel opdraaien voor het juridisch ondersteunen van onze doelgroepen.
Nog een pijnpunt :
De voornoemde instellingen ijveren voor een doeltreffend en zoals zij het noemen een duurzaam beleid voor woonwagenterreinen.
Men biedt in bepaalde gemeenten een woonwagenterrein aan waar woonwagenbewoners residentieel kunnen wonen.
Enkele bedenkingen hierbij:
- dit biedt woonzekerheid voor een beperkt deel van onze doelgroep. Wat positief is
- maar tezelfdertijd ook discriminerend tov de bevolking. Een Belg kiest zijn gemeente, zijn straat, zijn huisnummer waar hij wil wonen. Verhuist waarheen hij wil als de omstandigheden dit vereisen.
- Maar onze Belgische woonwagenbewoners ontberen dit recht. Verhuizen zit er niet in, want dan verliezen ze hun recht om te wonen. De gemeente kiezen zit er niet in, want het aantal gemeenten met een residentieel terrein is beperkt.
- niet voor niets noemen onze mensen deze terreinen ‘kampen’. De allusie is duidelijk.
- deze terreinen stigmatiseren ook de bewoners. Ze zijn maar van …
- maar daarmee beperken deze instanties hun werking. Alsof daarmee het recht op wonen voor de rondtrekkende gerealiseerd is.
Angst om zichzelf te mogen zijn kenmerkt de diepste kern van hun bestaan. Verklaart dikwijls hun overtrokken reacties tegenover de burgers.
Wie met hen omgaat, bij hen present is, voor hen werkt, voelt aan de lijve de negatieve reacties. Ervaart een minachting en onderwaardering voor dit werk.
Een frappant voorbeeld : sedert een aantal jaar werkt een parochie-assistente voor deze doelgroep. Maar in een officieel schrijven over de taken van een parochieassistent wordt alles opgesomd wat voor taken deze mensen doen in het kader van de pastoraal. Maar over deze taak voor onze doelgroepen wordt gezwegen.
Toen de refferentbisschop Mgr Laridon stierf werd in alle talen gezwegen over zijn gewaardeerde inzet (door de Voyageurs) voor deze mensen. Ook in zijn gedenkboek zweeg men onze mensen dood. Alsof de Kerk bang is voor deze pastorale inzet.
Persoonlijk wordt onze inzet mogelijk gemaakt- een beetje sacramenten, een beetje boekhouding, meer hoeft niet echt voor hen - maar officieel wordt er niet over gesproken.
Persoonlijk zie ik nog een aantal objectieve tekorten.
- op gebied van gezondheidszorg. De gemiddelde leeftijd ligt veel lager dan de gemiddelde bevolking; Cfr voornoemde website
- naar school gaan. Dit gebeurt te weinig en te weinig frekwent met een zeldzame doorstroming naar middelbaar en hoger onderwijs.
Maar deze tekorten worden door onze doelgroep niet als zeer problematisch aangevoeld.
De afstand tussen hen en de beleidsmensen – onderwijs, dokters en verpleging – is te groot. Uit zichzelf zetten ze te weinig stappen in de overtuiging dat ze toch als minderwaardig zullen bekeken worden. Ook al is dit niet terecht maar hun andere ervaringen sterkt hun overtuiging.
Misschien mogen we dit niet onderschatten: hun ervaring als geminachte en gewantrouwde bevolkingsgroep wordt eeuwenlang doorgegeven van generatie op generatie. Het zit verweven in hun diepste wezen. Hoe lang zal het duren voor dit patroon kan doorbroken worden.?
|