Start menu ::



Over vzwAlert::
Overzicht Artikels :
Categorie:
Titel bevat:


Presentie pastoraal. 2/16/2009
 

We waren vorige week in Nederland op een landelijke studiedag. Met allemaal mensen uit de parochies, of uit ziekenpastoraal, of uit de buurt die op een of andere wijze aan woonwagenpastoraal doen.

 

Als leidraad kwam iemand uit zijn eigen ervaring een rode draad aanreiken : de theorie van de presentie. Pastoraal van de nabijheid.

Een verhaal van rustig mensen leren kennen, ongedwongen, met heel veel geduld. Een ongehaaste aanwezigheid.

 

De parallel met onze pastoraal, met de woonwagenpastoraal tout court was opvallend.

 

Drie punten herkennen we hierin:

  1. pastoraal van de aanwezigheid
  2. de vraag : wat levert het op ?
  3. Leerpunten hieruit voor onze pastoraal

 

 

1. Pastoraal van de aanwezigheid.

 

Tot wie richten we ons ?

Mensen met weinig kansen. Met een beperkte levensduur. Met de ervaring niet mee te tellen.

Soms met weinig geld.

Onvoldoende de weg kennen naar het sociale aanbod van onze maatschappij.

Met weinig contact met de Kerk als instituut.

Maar mensen die spontaan van de pater, de aalmoezenier, de pastorale werkster iets religieus verwachten.

 

We leren hen ontmoeten.

Op het terrein, in hun huizen, in de klinieken, in onze feesten, op bedevaart. En ook in de sterke momenten van hun leven: geboorte, eerste en plechtige communie, bij het sterven.

 

We leren luisteren.

Naar hun verhalen, naar hun noden.

Soms hangt daaraan een concrete vraag naar hulp.

Soms zeggen ze : die en die zit in een bijna gelijkaardige situatie. Mag die contact nemen. Kun je eens gaan. Krijgen ze ook een voedselpakket, een adres, een schuldbemiddeling. Ken je een advocaat. Enzovoort.

 

Stilaan en heel traag krijg je zicht op de onmiddellijke noden.

De weg daarheen verloopt soms langs gemakkelijke religieuze vragen : kom je mijn wagen, mijn huis, mijn auto, mijn ziek kind, mijn beeldje, mijn kaarsje zegenen. Je bent nu eenmaal priester. Dit is je beroep: dit kun je allemaal.

Dit is soms drempelverlagend om andere noden aan te kaarten. Met de hoop dat je even bereidwillig zult zijn daar op in te gaan. Want dit vraagt toch wat meer werk. Ben je bereid daar je tijd aan te spenderen.

 

Vanuit de priesterrol komen andere vragen op je af. En of de parochieassistente of de priester dit oplost, is niet belangrijk. Maar je moet wel vooraf de weg van de presentie afgelegd hebben.

 

Samenvattend kunnen we zeggen :

 

  • wie niet present is in hun leven, hoort geen vragen, geeft geen antwoorden, kan niets uitdiepen.
  •  wie hen leert kennen, in heel veel levensomstandigheden, kan een aanbod doen waar ze toch op ingaan : culturele contacten met de wereld van de gadgo’s, vieringen in een echte kerk waar ze niet meer buiten lopen, waar ze leren luisteren, waar ze actief aan meewerken al is het maar dat ze liedjes aanreiken, of een schuchter tekstje.
    Soms herinneren ze zich een tekstje uit ons tijdschrift en willen ze dit gebruiken in een huwelijksviering of in een begrafenis.
  • we leren hun geloof kennen, bescheiden maar echt, rijk aan eigen symbolen, met vertrouwen in moeder Maria.
  • Dit geloof leren we waarderen en bevestigen en doen het niet denigrerend af als bijgeloof of devotiepraktijk. Het is veel rijker en echter. Het transcendente is voor hen – tot nu toe – vanzelfsprekend.

De geloofsweg die we moeten gaan, moet vertrekken vanuit hun concreet geloof.

 

 

2. Wat levert het op ?

 

heel veel contacten. Bij het loket van onze sociale instellingen komen ze nauwelijks. Een waslijst van problemen leer je kennen. Met de onderliggende vraag : horen we er eigenlijk wel bij, in die maatschappij van jullie ?

 

het is een voorrecht hun problemen te leren kennen in hun originele verpakking. In hun verwoording, in hun aanvoelen. We moeten hen niets aanpraten. Wat zij niet ervaren als probleem, is het dan ook niet.

 

door het organiseren van bijeenkomsten van allerlei aard, ontstaan bij hen ook nieuwe contacten. In kleinere groepen gaan ze samen op reis.

Ze ontmoeten mekaar terug vooral voor wie in huizen woont, is dit belangrijk.  Het gevoel van isolement verkleind. Er wordt heel veel verwezen naar de pastoraal. Zo groeien voortdurend nieuwe contacten.

 

Veel meer dan vroeger wordt mogelijk. Reizen, bedevaart, cursussen, geloofsverdieping met mondjesmaat. Tussen soep en patatten wordt heel veel aangereikt.

 

 

3. Wat zijn leerpunten ?

 

a. Luisteren:

wat bedoelen ze eigenlijk ? Niet te vlug oplossingen aanreiken. Want mensen vertellen verguld: uit angst of verlangen: voel je waar ik naar toe wil. Voortdurend aandachtig zijn.

 

b. Valkuilen vermijden:

  • - niet te vlug tevreden zijn met het eigen weten. We kennen wat theologie, filosofie. Gevaar voor overdonderen met catechese en geloofsleer.
  • - we zijn soms teveel oplossings gericht.  Is de vraag zo gesteld dat er altijd een oplossing moet zijn. Of is het gewoon een verhaal waar ze gewoon ondersteuning nodig hebben. We zijn anders dan de sociale werkers die ze ontmoeten. Vragenlijst, intakegesprek, papiertje invullen.
  • het gevaar van hen afhankelijk te maken. De vergelijking met de circusartiest die op een stokje de borden wil doen draaien.

En wij maar op zoveel mogelijk terreinen van bord naar bord lopen.

Zie je wel: je hebt ons nodig.

Neen we ondersteunen waar nodig. Niet meer dan de onderliggende vraag beantwoorden. Niet overvallen met oplossingen uit de Kerk of maatschappij. Hen de tijd geven te groeien.

 

  • de pastoraal, de kerk, het geloof is van hen. Het is niet onze eigendom.
    Het is hun geloof, hun kerk, hun manier van bidden, hun manier om te overleven.
    Slechts als ze voelen dat we dit waarderen, kunnen we met hen meegaan en onderweg misschien wat verdiepen en aanvullen
  • wij moeten leren wachten. Want er zijn conflicten, ruzies, situaties die onacceptabel zijn. Er bij blijven en gespannen wachten. Onmacht delen, overgave, bidden, niet wegpraten.
  • ten laatste : hun netwerken koesteren. Misschien zijn ze meer zelfredzaam dan we vermoeden. Misschien is dit de gestalte van het Goddelijk gebeuren. Van het Mysterie waar we deel van uit maken.

Misschien moeten we meer daarin geloven, vol spanning wachten op de Geest. Geloven is een genade. Erkennen dat ook de Geest werkt in hun geloof. Ook al denken we te vlug : hier moet nog veel catechese, hier moet nog veel liturgie, hier moet nog het ware geloof.

Vertrouw maar op de Heer, denk ik soms, ook al verliezen we bijna ons geduld.

 


 

 
 
(c) 2004-2009 vzwAlert