Start menu ::



Over vzwAlert::
Overzicht Artikels :
Categorie:
Titel bevat:


Op bedevaart naar Oostakker met voyageurs en manoesjen 6/25/2007
Druppelsgewijs rijden caravans en mobilhomes het schoolplein van de Edugo Campus in Oostakker op. Straks start hier de tweejaarlijkse bedevaart van woonwagenbewoners. We leren al gauw dat moeder Maria een belangrijke plek krijgt toegewezen in hun hart. En dat, hoewel er amper uiterlijke kenmerken zijn, ze toch een heel aparte bevolkingsgroep vormen. Zet u mee een stapje in hun wereld?

 

 

Wanneer kapucijneraalmoezenier Bob Monsecour zijn megafoon bovenhaalt en het begin van de ommegang aankondigt, komen de bedevaarders met langzame haast uit hun woonwagens tevoorschijn. Onderweg van de campus naar de Mariagrot is het een gezellig keuvelen.
Er zijn enkele kinderen bij, groot en klein. De vaders zijn over het algemeen stoere binken, tatoes en snorren waar je maar kijkt. Alle aanwezigen zijn, van nabij of wat verderaf, familie van elkaar. En blijken ze toch geen bloedverwant, ze horen bij elkaar. „We zijn met niet zoveel dit jaar”, vertelt Omer Hommez, pastoor in Zeebrugge en sinds 1995 ook verantwoordelijk voor de woonwagenpastoraal. Er blijkt tegelijk een internationale bedevaart plaats te vinden in het Zuid- Franse kustplaatsje Les Saintes- Maries-de-la-Mer, erg geliefd bij zigeuners wereldwijd, omdat hier volgens de legende het bootje aanmeerde met niemand minder dan Maria Magdalena en twee andere Maria’s aan boord, op de vlucht uit Palestina. Ze werden vergezeld van Sara, een Egyptische, door zigeuners vereerd als prinses én dienstbode.

„Nu veel voyageurs en manoesjen eigenlijk in huizen wonen, zien ze elkaar niet meer zo vaak. De tweejaarlijkse bedevaart en de andere pastorale activiteiten zijn ideale gelegenheden om nog eens samen te zijn.” Ook met de aalmoezeniers en met pastorale werkster Bernadette is het een aangenaam weerzien. Er worden volop nieuwtjes uitgewisseld. Voor de grot en bijbehorend Mariabeeld wordt het stil en zet het groepje zich gedisciplineerd op de banken neer. Bernadette nodigt Fien uit om de ommegang in te zetten met een Marialied. De bejaarde dame met getaande huid zingt uit volle borst: „Maria, ik bid tot jou. Genees mijn vrienden, zij zijn mij altijd trouw.”

 

Religieus gevoel
In haar inleiding nodigt de pastorale werkster de groep uit om niet alleen troost te zoeken bij Maria voor het leed dat ieder in zijn leven te verduren krijgt, maar ook een inspanning te doen haar en haar zoon Jezus beter te leren kennen. Daarop zet de bijzondere stoet zich in beweging. Hoewel Maria duidelijk veel voor hen betekent, blijken maar weinigen de woorden van het weesgegroet te kennen. „Ze hebben een sterk religieus gevoel en een rotsvast geloof in het leven na de dood, maar echt godsdienstig zou ik voyageurs en manoesjen niet noemen”, zegt Omer Hommez. „Ze nemen eenvoudigweg de godsdienst over van het land waar ze op dat moment vertoeven. Zo komt het dat de Romzigeuners, vaak moslims en afkomstig uit Oost-Europa, toch ook Maria vereren.”
De vierdaagse bedevaart eindigt met een eucharistie waarin enkele kinderen worden gevormd of hun eerste communie doen. Voor de voorbereiding daarvan komen de aalmoezeniers bij de families thuis, waar iedereen de catechese mee volgt. „Al wonen onze voyageurs en manoesjen tegenwoordig vaak in huizen en verschillen ze uiterlijk nauwelijks van een burger, ze blijven sterk geworteld in hun specifieke cultuur. De burgermaatschappij is hen vreemd. Ze kijken ernaar als een boer naar zijn akker: louter economisch. Kinderen worden zelden naar school gestuurd. Ze worden beschouwd als kleine volwassenen, die niet moeten onderworpen worden aan één of ander gezag. Zelf kennen ze onderling ook geen enkele vorm van hiërarchie.
Vandaar dat de catechese in gezinsverband gebeurt.” Vandaar ook dat nog steeds tachtig procent van deze groep ongeletterd is en dat de kinderen weinig of geen toekomst hebben in de ‘burgersamenleving’. Ze zijn aangewezen op de informele arbeid en handel die hen al eeuwen kenmerkt.

   Weliswaar evolueert de aard van de handel. Door de steeds striktere wetgeving wordt deze levenswijze echter almaar meer onmogelijk gemaakt. Omer Hommez vindt dat onze samenleving respect moet opbrengen voor de keuze van deze bevolkingsgroep. In plaats van hen te willen veranderen, zou de overheid hun wereld moeten begrijpen en van daaruit initiatieven nemen met betrekking tot vorming, sociale zekerheid, woon- en werkgelegenheid. „Eigenlijk is de pastoraal de enige band tussen hun wereld en de burgermaatschappij”, aldus de aalmoezenier. „De overheid giet bakken geld in projecten die deze mensen niet vooruit helpen. Omdat ze weigert in te treden in hun logica. Ze eisen een vertegenwoordiger of woordvoerder uit hun midden, terwijl bij hen geen hiërarchie bestaat. Men speelt dat spel soms wel een tijdje mee, maar resultaten blijven steevast uit. Het kan nochtans anders.”
„De laatste twee jaar begeleidde ik 25 jonge woonwagenbewoners naar een cursus bedrijfsbeheer, speciaal voor deze doelgroep uitgewerkt, en ze haalden de eindmeet. Korte formules met snel resultaat kunnen wel degelijk bekoren. Deze mensen willen ook chatten en surfen op het internet. We boden hen een cursus aan. Nu kan ik hen ter hulp roepen wanneer ik voor de eucharistie een cd met liedjes wil branden.”

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met allerhande vragen komen voyageurs, manoesjen en Rom van heinde en verre naar de vzw Mensen van de weg in Zeebrugge afgezakt, één van de centra voor woonwagenpastoraal van de Kerk. „De meeste vragen gaan over woon- en werkproblematiek. We helpen met het lezen en invullen van formulieren, het aanvragen van een terrein wanneer ze op doortocht zijn, we bieden hen een officieel adres indien ze dat niet hebben, delen voedselpakketten uit, treffen regelingen voor een pensioen, enzovoort. Maar we krijgen natuurlijk ook kerkelijke vragen: doopsels, huwelijken, communies, ziekenbezoek.”
Het centrum heeft een adressenbestand van 910 gezinnen. Daarvan wordt vijftien procent van dichtbij opgevolgd. Het verschil tussen voyageurs, manoesjen en Rom? Moeilijk in twee woorden te vatten. De voornaamste gelijkenis is dan weer dat ze allemaal heel sterk in het ‘nu’ leven, met alle gevolgen van dien voor gezondheid, werk in dienstverband, opvoeding.
„Elke analyse van deze bevolkingsgroep vertrekt vanuit de vaststelling dat er een duidelijke scheiding bestaat tussen hun wereld en de burgermaatschappij. Zij vinden het best zo. Maar onbekend is onbemind. Vandaar dat we toch proberen de doelgroep in contact te brengen met burgers via cultuur- en vakantieparticipatie. Uitstappen naar toneel, museum of abdij behoren tot de vaste ingrediënten.”

Bron: Lieve Wouters, Kerk & Leven Nr 23 6 juni 2007

www.kerknet.be

 
 
(c) 2004-2009 vzwAlert