CRISIS IN HET WOONWAGENWERK
In de beleidsnota van minister Marino Keulen staat een duidelijke verwijzing naar de Woonwagenmensen. Er moet wat gebeuren voor deze minderheidsgroep is de boodschap.
Maar wie doet wat?
Het VMC (Vlaams Minderheden Centrum) of VROEM (het vroegere VCW) of de woonwaqencellen verbonden aan de provinciale of grootstedelijke integeratiecentra. Dit zijn organisaties die op de derde lijn en de tweede lijn werken. Hierin situeert zich de crisis: wie doet de nodige ervaring aan de basis op met Voyageurs, Manoesjen en binnenlandse en buitenlandse Roms? Wie treedt in de ervaringswereld van die groepen? Wie onderkent hun waardenpatroon en normen? Wie kan met hen de link leggen naar onze dominante samenleving? Kortom: een vraag naar het eerstelijnswerk, het basiswerk. Daarvoor zijn er geen werkers, geen kennis, geen subsidies.
Het officiële Woonwagenwerk is als een building zonder fundamenten. Het zweeft ergens tussen aarde en hemel. Het basiswerk gebeurt door de Pastoraal: vzw Alert en Keree Amende. Daar heeft men van officiële zijde het moeilijk mee. Pastoraal is blijkbaar een vies woord.
En basiswerk is toch een beetje minderwaardig: voorbehouden aan CAW’s en OCMW. Maar daar heeft men noch de expertise noch de mankracht om de problematiek van de Woonwagenmensen op te volgen, te situeren en er wat mee aan te vangen. Individuele hulp kan nog net maar geen zicht op de groepen als dusdanig.
De diversiteit van onze pastorale aanpak, van noodhulp tot structurele denken en handelen moet je dus situeren tegen deze achtergrond.
Er moet zoveel gebeuren en daarvoor ontbreekt de structurele mankracht. We overleven dank zij heel veel vrijwillige inzet. Maar dit is niet eerlijk. Nauwelijks komen wij er toe enigszins onkosten te vergoeden. Daar heeft eigenlijk iedereen recht op. |